Het Grote Voorbeeld? Het depot van het Rijksmuseum.

Na veel andere opleidingen in Nederland en België te hebben bekeken, afstanden en kosten te hebben afgewogen heb ik mij dan toch ingeschreven voor de opleiding Collectie beheer aan het Hout en Meubileringscollege in Amsterdam. Hoewel ik de eerste paar lessen had gemist mocht ik gelukkig nog instromen. Ik viel gelijk met mijn neus in de boter. Op mijn eerste lesdag mocht ik mee op excursie naar het depot van het Rijksmuseum in Lelystad! Omdat het Rijksmuseum HET museum van Nederland is, zou het depot ook wel het best ingerichte en mooist gevulde depot van Nederland zijn dacht ik. Met veel enthousiasme begon ik aan de excursie.

Metalen voorwerpen worden allemaal verpakt in zuur- en weekmakersvrij plastic. Dit om oxidatie te voorkomen. De voorwerpen kunnen op deze manier ook zonder handschoenen aangeraakt worden.

In 2000 besloot het Kabinet dat het Rijksmuseum toe was aan een intensieve opknapbeurt. Om de collectie tijdens deze grootscheepse verbouwing een onderdak te bieden moest het museum opzoek naar een geschikte ruimte voor een tijdelijk depot.  Deze ruimte werd gevonden in de “Eurokluis” van de Koninklijke Nederlandse Munt (KNM) aan de Albert Einsteinweg in Lelystad. In dit gebouw lagen tussen 1999 en 2002 miljarden aan euromunten opgeslagen. In 2003 was de overgang naar de Euro grotendeels volbracht en had de KNM een stuk minder ruimte nodig. Van de nieuw vrijgekomen loods kon het Rijksmuseum nu gebruik maken.  In september 2003 werd een tijdelijk depot opgestart.

Dat het Rijksmuseum het gebouw nu nog steeds deelt met de Koninklijke Nederlandse Munt was goed te merken bij onze aankomst. De bewaking is streng. We mochten bijvoorbeeld geen foto’s maken waarop mogelijk details van de beveiliging op staan en voordat we onze bezoekerspas kregen moest we eerst ons identificatiebewijs laten zien (tot grote schrik van de deelnemers die hun id niet mee hadden). Daarna moesten we wachten tot we werden opgehaald. Gelukkig kwam Dennis Kemper, collectiebeheerder voor het Rijksmuseum, ons snel ophalen.

Voor onze rondleiding kregen we van Dennis een uitleg over hoe het depot is ontstaan en hoe het bouwkundig in elkaar zit. In 2003 begon het Rijksmuseum met één loods in het gebouw. In de originele toestand kon deze loods echter niet voldoen aan de klimaateisen van een museumdepot. Daarom werd in deze loods als het ware een tweede loods gebouwd met daarin een goede klimaatbeheersing en een ‘hangende’ vloer om een tweede verdieping te creëren.  Een paar jaar later heeft het museum ook een tweede loods in gebruik genomen. Deze loods is echter minder goed geïsoleerd. Dat de opbouw en inrichting van de loodsen gevolgen heeft voor de manier waarop de collectie is opgeslagen merkten we al snel tijdens onze rondleiding.

Omdat de ‘nieuwe’ loods minder goed geïsoleerd is, worden hier voorwerpen bewaart die minder gevoelig zijn voor klimaatschommelingen of die van minder grote museale waarde zijn. Tijdens onze rondleiding zagen wij veel voorwerpen die waren opgeslagen in transportkisten. Daarnaast viel de verzameling van museummeubilair dat door Pierre Cuypers voor het museum was ontworpen op (voornamelijk meubelstukken die later naar zijn ontwerpen zijn nagebouwd).  Een gedeelte van de voorwerpen was afgedekt met stofhoezen. Dennis vertelde dat dit niet alleen ter bescherming was tegen stof, maar ook tegen de jaarlijkse portie uitgedroogde vliegen. Deze komen als de temperaturen buiten dalen de loods binnen.

Telefoonfoto's 752

De aardewerk en porseleincollectie staat achter een gesloten hekwerk.

In de ‘nieuwe’ loods zorgt de hangende vloer van de bovenverdieping voor een aantal uitdagingen. Dennis legde uit dat deze vloer erg gevoelig is voor trillingen. Hierdoor kunnen bepaalde kwetsbare voorwerpen, zoals bijvoorbeeld de collectie historisch glas, niet op de bovenste verdieping worden bewaard . De glazen voorwerpen staan nu dan ook in speciale kasten op de begane grond. Op de bovenste verdieping bevind zich nog wel de verzameling porselein en aardewerk .  De stellingkasten waarin deze  voorwerpen bewaard worden staan echter wel achter gesloten hekken. Dit om te voorkomen dat mensen te veel langs deze kasten lopen en daarmee onnodige trillen veroorzaken of per ongeluk voorwerpen van de planken stoten.

Op de begane grond worden verder de collectie meubels en de verzameling schilderijen bewaard. De beheerders van het depot hadden eerst getracht de schilderijen op periode te sorteren. Dennis maakte ons echter duidelijk dat al snel bleek dat die opstelling niet praktisch was. De schilderijen werden tijdens de verbouwing van het Rijksmuseum veel in bruikleen gegeven aan andere musea. Het gevolg was dat de schilderijen al snel werden gesorteerd op volgorde van binnenkomst en uitleen. Hierdoor word onnodig gesjor aan de schilderijen voorkomen en staan de schilderijen die het meest reizen op de makkelijkst te bereiken plaatsen.

De conclusie die ik trok uit de rondleiding was dat een depot altijd zo praktisch mogelijk moet worden ingericht. Hierbij altijd oog houdende op de veiligheid van de voorwerpen.  Als niet alle ruimtes een even goede klimaatcontrole hebben dan deel je  de collectie zo in dat de meest kwetsbare voorwerpen het best beschermt zijn. Zware en grote voorwerpen staan over het algemeen op de begane grond. Zeer kwetsbare voorwerpen komen achter slot en grendel te staan zodat men alleen toegang heeft als dat echt nodig is en er geen schade word veroorzaakt door ondoordacht handelen. Voorwerpen die veel worden tentoongesteld of vaak in bruikleen worden gegeven staan op de best bereikbare plaatsen.

Telefoonfoto's 755

Onze avondjapon zoals hij in het depot in de kast hangt.

Altijd praktisch blijven en onnodig gesjor en handelen voorkomen bleek ook de boodschap te zijn van de praktische opdracht in de middag. We werden in groepjes verdeelt en elk groepje kreeg een voorwerp toegewezen dat op transport zou gaan naar België.  Onze opdracht: verpak/maak deze voorwerpen klaar voor transport. Het voorwerp van mijn groepje was een lange blauwe avondjapon van rips rayon. Met het groepje maakte we op papier een plan van aanpak. We besloten de jurk op te bergen in een zuurvrije doos van 60 bij 90 cm, beschermt en opgevuld met zuurvrij vloeipapier. De japon moesten we vanwege de grote van de doos wel vouwen. Om kreuken zoveel mogelijk te voorkomen deden we dat ter hoogte van de overgang van het lijfje naar de rok.

Na het maken van het plan van aanpak, moest het worden beoordeeld door de rest van de groep. Omdat ons plan was gebaseerd op de ervaringen van groepslid Hanna, die op haar werkplek al meer ervaring had met het opbergen van historische kledingstukken, kwam ons plan behoorlijk professioneel over. We kregen dan ook relatief weinig commentaar van de andere studenten.  Onze docent Jaap ter Burg bevestigde dat ons plan inderdaad een keurig was. Als we de japon moesten opbergen in een depot dat kampte met ruimte gebrek en waar geen plek was om de jurk op te hangen. Voor transport was het de onjuiste aanpak.

Rips rayon is namelijk een stof die erg gevoelig is voor kreuken. De jurk vouwen was dus eigenlijk geen optie. Een doos die lang genoeg was om de jurk zonder vouwen in te leggen zou erg onhandig zijn tijdens het vervoer. De jurk hing al op een goed, gekussende en met stof beklede, hanger. De beste en minst ingrijpende optie voor vervoer zou in dit geval dus een goede kledingzak zijn geweest. Op die manier kan je jurk hangend vervoerd worden. De japon word daardoor niet onnodig gevouwen of gekreukt en blijft ook handzaam voor transport.

Ook de andere groepen kregen het advies om vooral praktisch te blijven. Een groep moest een harnas vervoeren dat in onderdelen was. Zij hadden een plan gemaakt waarin allen onderdelen in een op twee grote kratten werden vervoerd. Jaap  legde uit dat het vaak makkelijker was om zo’n voorwerp in meerdere kleine kratten te vervoeren. De kleine kratten kunnen namelijk per stuk een stuk makkelijker  vervoerd worden, of b.v. een trap opgedragen worden, dan één groot krat.

Een andere groep moest een plan van aanpak maken voor het vervoer van een schilderij dat Jaap liefkozend ‘Het miniatuurtje’ noemde. Dit schilderij was grofweg 2 bij 4 meter groot. Dit schilderij kon niet rechtop worden vervoerd, omdat vrachtwagens met 4 meter hoge vervoercabines erg zeldzaam en duur zijn. Jaap van Burg gaf ons allemaal nog veel meer adviezen en punten om over te denken, maar de kern bleef: “Blijf praktisch, maak het niet onnodig ingewikkeld, houd rekening met wat mogelijk is tijdens het transport en houd ook rekening met de locatie waar het voorwerp naar toe gaat”.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s