Hout.

Eigenschappen.

Hout is een natuurlijk en plantaardig materiaal dat sterk is en licht is van gewicht. In vergelijking met materialen van een vergelijkbare sterkte zoals steen en metaal, is hout ook zacht en makkelijk te bewerken.  Hout bestaat er in vele verschillende soorten die elk hun eigen mechanische eigenschappen, dichtheid, duurzaamheid en esthetische kwaliteiten hebben. Hout is ook een hernieuwbare grondstof (zolang er sprake is van verantwoordelijk bosbeheer) en relatief goedkoop. Hout kan hierdoor op vele verschillende manieren worden toegepast. Het is een veelgebruikt materiaal in de bouw, waar het wordt gebruikt voor vloeren, trappen en ook voor dragende constructies. Daarnaast komen we als collectiebeheerder hout natuurlijk veelvuldig tegen in de vorm van meubels, houtsnijwerk en kleine gebruiksvoorwerpen. Hout is gevoelig voor aantasting door schimmels en insecten.  Hout neem vocht op maar staat het in een droge omgeving ook weer af. Hierdoor kan hout werken en vervormen (krom of scheluw staan)en zelfs splijten. Hout is anisotropisch, dat wil zeggen dat de eigenschappen (sterkte, buigzaamheid, splijting) van hout in de lengterichting anders zijn dan in de dwarsrichting.

 

Gevoeligheden van hout.

Hout en vocht. Hout kan dramatisch reageren op vocht. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. De beste manier om werking van hout in museale objecten te voorkomen is door het behouden van een stabiele, maar niet te lage, luchtvochtigheid, het liefst tussen de 50% en 60% RV. De luchtvochtigheid zou niet meer dan 10% boven en 10% onder de gemiddelde vochtigheid moeten uitkomen. Zet geen vasen of bekers met vocht erin op houten objecten. Het vocht kan lelijke kringen en vlekken veroorzaken.

De werking van hout

De werking van hout

Krimp of werking van hout: Hout kan vocht aantrekken en daardoor opzwellen. Als de omgeving droger wordt verdampt het vocht ook weer uit het hout. Hout werkt of ‘krimpt’ daardoor voortdurend. Omdat hout in de lengterichting van de nerf anders reageert dan op de dwarsrichting kunnen planken afhankelijk van de manier waarop ze gezaagd zijn en van eventuele gebreken in hout krullen, rondbuigen, scheluwtrekken of scheuren.  Soms kan er ook abnormale krimp of zwelling plaatsvinden. Vooral reactiehout, hout dat is gevormd om langdurige druk- of trekkrachten te weerstaan, kan afwijkend gedrag vertonen bij het krimpen en zwellen.

 

Scheuren in Hout: De meeste scheuren in hout ontstaan tijdens het (uit-)drogen. Hartscheuren, windscheuren en ringscheuren kunnen al ontstaan in de stam zelf. Hartscheuren lopen van uit het hart van de stam naar de schors toe. Windscheuren ontstaan vanuit de buitenkant en lopen richting het merg van de stam. Ringscheuren ontstaan ten gevolgen van het bevriezen van de sappen in de jonge boom.  Deze scheuren treft men meestal aan rond het hart van de stam. Ringscheuren komen meer voor bij (snelgroeiend) naaldhout dan bij loofhout

windscheuren in een stam

windscheuren in een stam

ringscheur in een plank

ringscheur in een plank

Hartscheuren in een stam

Hartscheuren in een stam

 

 

 

 

 

Scheuren in houten objecten:  Scheuren in houten objecten kunnen veroorzaakt zijn door scheuren in het hout zelf (zie bovenstaande oorzaken). Voorbeeld in het NSM: Beitel.
Door de onderlinge werking in de houten onderdelen van het object kunnen ook scheuren of kieren ontstaan. Voorbeeld in het NSM: Panoramamodel van een barkentijn en een kotter.

 

Hout en waterschade: Waterschade kan ook ontstaan door het breken van een waterleiding of een andere vorm van overstroming. Noodbehandeling voor meubilair en houten objecten doorweekt met water.

 

Hout en biologische aantasters.

Biologische aantasting van hout valt uiteen in twee groepen. Aantasting door schimmels en aantasting door dieren (en dan met name insecten).

Hout en schimmels:  Schimmels komen voor in hout wanneer de temperatuur en luchtvochtigheid hier gunstig voor zijn. In een museale zetting kan men schimmels het beste voorkomen door de RV onder de 70% te houden.
Houtzwam is een bekende schimmel en veroorzaakt houtrot. Wanneer het vochtgehalte en de temperatuur gunstig zijn kan het op alle soorten hout woekeren. Met zijn schimmelstrengen kan de houtzwam zelfs droog hout aantasten. Het meest bekend zijn de huiszwam en de kelderzwam.

Hout en insecten:  Hout vormt een aantrekkelijke voedselbron voor verschillende insecten. Vooral de larven van het boor-of klopkevertje, het spinthoutkevertje en de boktor kunnen het hout flink aantasten.  Zodra de actieve larven van deze insecten worden aangetroffen moet het aangetaste voorwerp (indien mogelijk) geïsoleerd en behandelt worden. De voorwerpen moeten geïsoleerd worden om te voorkomen dat de ander voorwerpen ook ‘besmet’ worden als de volwassen insecten in het voorjaar uitvliegen en eitjes leggen. Mogelijke behandelingen voor kleinere objecten en meubelen is de zuurstofarme methode (door zuurstof uit de omgeving weg te nemen worden de larven verstikt). Wanneer de insecten een onderdeel (vloer, balken) van een gebouw hebben aangetast, kan men de insecten in de uitvliegperiode (april-juni) afvangen. Hiervoor kan men bv dennenappels gebruiken.
Voorbeeld in het NSM: Dakconstructie.

Hout en schade door fysieke krachten: mechanische schade aan hout word vaak veroorzaakt door onvoorzichtig handelen. Objecten worden gebruikt voor doeleinden waarvoor ze niet bedoelt zijn, men let niet op bij wat men op het hout zet of het hout wordt tijdens onzorgvuldig vervoer beschadigt door stoten of vallen. Hierdoor kunnen  krassen, deuken, scheuren en vervormingen ontstaan. Plan daarom altijd je route voordat je een houten voorwerp gaat vervoeren. Zorg dat je nergens tegenaan botst op gesloten deuren tegenkomt. Door intensief gebruik kan hout slijten.

Hout en lichtschade: hout is een organisch materiaal en bevat kleurstoffen die lichtgevoelig zijn. Onder invloed van licht worden lichte houtsoorten geler en donkerder, terwijl donkere houtsoorten kunnen verbleken. Ook afwerklagen, kleurstoffen en textiel aangebracht op en in het hout kunnen verbleken. Om schade door straling te voorkomen kan men UV-folie op de ramen aanbrengen, gebruik maken van zonnewering en /of  van meubelhoezen (voor meubels in opslag).
Voorbeeld in het NSM: Panoramamodel van een barkentijn en een kotter.

Hout en vervuiling: Stof en vuil heeft een schurende werking op een houten oppervlak en kan kleine krasjes veroorzaken. Ophopingen van stof in de kieren, scheuren en hoekjes van houten objecten trekken vocht aan. In combinatie met metaalbeslag kan dit ongewenste chemische reacties opleveren die het hout sneller doen degraderen. Vochtig stof kan als eerste voedingsbodem van insecten of schimmels dienen. Als men een houten object wilt afstoffen kan men dat het beste doen met een kwast en een stofzuiger met een gereguleerde zuigkracht. Men kan een stukje stof (bv een panty) over de zuigmond van de stofzuiger spannen om te voorkomen dat men per ongeluk kleine onderdeeltjes of splinters opzuigt. Advies over het afstoffen van houten voorwerpen.

Literatuur

Meer informatie over behoud en beheer van houten meubels kan men vinden in Verzeker de Bewaring. aflevering_meubilair

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s