7 oktober. Leer en Excursie Lederfabriek Gebr. van Esch B.V.

Op 7 oktober hadden we een excursie naar de Lederfabriek van de Gebr. van Loon B.V. We konden al duidelijk merken dat de dagen korter worden en het weer kouder. Bij de Lederfabriek werden we enthousiast ontvangen door de medewerkers. Bij de rondleiding werd duidelijk dat de medewerkers en eigenaren trots zijn op hun bedrijf en hun werk uitvoeren met liefde voor het vak.

Bij de Gebr. van Loon B.V. wordt het halffabriekaat ‘Wet Blue” leer afgewerkt tot een eindproduct. Ofwel ze produceren leder en suede met vele verschillende manieren van afwerken.

In de middag gingen we langs bij Cartouche Fashion B.V. in Drunen. Daar kregen we te zien wat er zoal gemaakt kan worden met leer.  Cartouche Fashion maakt voornamelijk riemen en lederen accesoires. De eigenaar was wat chagerijnig omdat we laat waren. Hij leek ook wat minder liefde voor het vak te hebben dan zijn collegae bij de Gebr. van Loon. Maar de ontwerper van het bedrijf had duidelijk hart voor zijn werk. Hij liet ons verschillende soorten leer (o.a. leer van zalmhuid) zien.

Van huid tot leer

het jeugdprogramma ‘Het klokhuis’ heeft een leuk en duidelijk filmpje gemaakt over dit proces.

Kenmerken van huiden en leer:

Afhankelijk van het type dier worden verschillende delen van de huid onderscheiden. Bij de meeste zoogdieren word de huid onderverdeeld in de nek, het achtereind en de flanken.

De nek, of schouder van het vel is vaak gerimpeld en heeft een ongelijke dikte. Van dit stuk huid valt moeilijk glad leer te maken.

Het achtereind of de croupon van het vel komt overeen met de achterzijde en rug van het dier, De huid is hier van gelijke dikte met een uniforme lederhuid. Van dit deel van de huid wordt de hoogste kwaliteit  afgewerkt leer gemaakt.

De flanken van het vel komen overeen met de buik van het dier. De huid is hier dunner en heeft een ongelijke structuur.

Littekens in de huid van het dier veroorzaakt door brandmerken, parasieten en insectenbeten maken de huid zwakker en kunnen gaten veroorzaken tijdens het stropen van de vel of tijdens het looiingsproces.

Gevoeligheden van leer:

Leer en vocht: Leer kan een bepaalde hoeveelheid water opnemen. Het kan echter niet goed tegen zweet, vanwege de zouten en microben. Uitgedroogd leer word hard en bros. Wisselend teveel en te weinig vocht, zorgt voor veel rek en krimp in het leer  wat scheurtjes kan veroorzaken. Bij leer dat langere tijd in water heeft gelegen, zoals bv. archeologische vondsten van onder het grondwater niveau, kan het mogelijk zijn dat de tannines of andere looiingsmiddelen zijn weggespoeld. Dit leer kan daardoor erg gevoelig zijn voor verrotting zodra het in aanraking komt met zuurstof. De vochthuishouding in leer kan men reguleren door het in te vetten. Maar als men te weinig vet gebruikt dan droogt het leer uit en word hard en stuk en breek snel. Als er echter teveel vet word gebruikt kan de nerf verstopt raken. Hierdoor raakt de vochthuishouding in het leer verstoord. Het leer kan dan hard worden. Ook kan er craquelure in het leer ontstaan als de vetlaag. uitdroogd.
Voorbeeld in het NSM: leren randen van de Toejas.

Leer en brand: Leer is in essentie brandwerend. De mate waarin hangt af van de looiing en de afwerking van het leer.

Leer en mechanische krachten: Bepaalde soorten leer hebben een hoge weerstand tegen uitrekken, scheuren, buigen, schuren en doorboren. Desondanks kunnen er door intensief gebruik toch scheurtjes, barsten en craquelure ontstaan. Ook kan de nerf van het leer breken.  Het leer kan een dof en stoffig uiterlijk krijgen. Als leer bewerkt is met een folie of een lak dan zal de folie eerder schade door gebruik en slijtage tonen. Schellak op het leer is bijvoorbeeld niet flexibel en kan breken of krassen. (Voorbeeld van mechanische schade aan leer)
Voorbeeld in het NSM: Fotocamera Zeiss Ikon in leren etui.

Rode rot in leer

Rode rot in leer

Leer en chemische schade: Een veel voorkomend probleem met leer uit de 19de en de vroege 20ste eeuw is rode rot. Rode rot is geen daadwerkelijk rottingsproces maar een chemisch afbraak proces veroorzaakt door een chemisch looiproces dat niet gestopt is. Door chemische schade kan leer ook verpoederen of kan de nerf loslaten.  Wanneer leer met zuren of bases in contact komt kan dit voor verkleuringen zorgen. Een te hoge RV en temperatuur kan chemische aantasting sneller laten verlopen. Ook stofdeeltjes in de lucht kunnen chemisch heel reactief zijn en daardoor schade aan leer veroorzaken. In het Noordelijk Scheepvaartmuseum ben ik geen voorbeelden van rode rot tegen gekomen. De meeste leren voorwerpen in onze collectie werden zeer intesief gebruikt. Voorwerpen die gevoelig waren voor Rode rot zouden dit gebruik niet overleeft hebben om uiteindelijk in ons museum terecht te komen.

Leer en biologische aantasting: Leer is door het looiingsproces zeer goed bestand tegen schimmels, leer zal in principe eerder rotten dan schimmelen.  Desondanks kan een combinatie van vetten gebruikt voor de afwerking of preservatie van leer en ophopingen van stof ook een vruchtbare bodem zijn voor schimmel op leer. Bont en schapenhuiden met wol zijn zeer gevoelig voor motten en andere keratine etende insecten. Boorders zoals bv houtworm kunnen ook dwars door het leer heen knagen.
Voorbeeld in het NSM: Leren bestekkoker.

Leer en lichtschade:  licht kan een chemisch proces opstarten in leer dat fotolyse heet. Het leer kan daardoor verbleken.
Voorbeeld in het NSM: Tabaksbuidel van marrokijnleer.

Schade voorkomen

Schade door een verkeerde luchtvochtigheid en verschillende vormen van chemische aantasting zijn de grootste bedreiging voor leer. Opslag in een goed geklimatiseerde en donkere ruimte met een luchtzuiveringsinstalatie vertraagd bestaand verval en voorkomt nieuw verval.

Literatuur:

Meer informatie is te vinden in het artikel  van Vicki Dirksen, “The degradation and Conservation of leather”, in The Journal of Conservation and Museum Studies (no. 3. November 1997)

Advertisements

30 september. Textiel

30 september kon ik vanwege een verplichte bijeenkomst op werk helaas niet aanwezig zijn bij de les. Ik heb daardoor een spectaculaire les gemist. Onze collega Hanna Hakvoort had met veel zorg een grote collectie materialen en voorwerpen uitgezocht om het onderwerp voor ons mooi zichtbaar te maken. Ik vind het erg jammer dat ik dit gemist heb.

Voor het schrijven van mijn stalenboek (de eindopdracht van deze module) heb ik echter het een en ander aan informatie bij elkaar verzameld. Dus bij deze presenteer ik mijn hoofdstuk Textiel.

Textiel

Textiel is eigenlijk geen materiaal, maar een composiet dat is opgebouwd uit vezels van plantaardige, dierlijke, natuurlijke of synthetische oorsprong. De processen die de grondstof heeft ondergaan om tot textiel te worden zijn dan ook van grote invloed op de eigenschappen van het uiteindelijke textiel. Echter ook de oorspronkelijke grondstof/vezel brengt zijn eigen eigenschappen mee.

Textielvezels:                                                       

Elk textiel bestaat uit vezels. De twee hoofdgroepen van vezels zijn natuurlijke vezels  en synthetische vezels.

De natuurlijke vezels zijn weer op te delen in drie categorieën:

Plantaardige vezels, deze bestaan uit cellulose. Katoen, vlas, hennep en kapok.
Dierlijke vezels, deze bestaan uit keratine. Wol, zijde.
Minerale vezels, bijvoorbeeld asbest, glas en basalt.

Voorbeeld van dierlijke vezels in het NSM: Wollen sokken van een duiker.
Voorbeeld van natuurlijke vezels in het NSM: Allemansend gemaakt van manillatouw.

Wol

Wol

Vlasvezels waar men linnen van maakt.

Vlasvezels waar men linnen van maakt.

De synthetische vezels zijn op te delen in twee categorieën:

Half-synthetische vezels,  dit zijn bewerkte plantaardige, minerale of dierlijke materialen. Viscose/rayon wordt bestaat bv uit cellulose met chemische toevoegingen, acetaat is een ester van azijnzuur en rubber ondergaat een chemisch proces dat vulkaniseren wordt genoemd.
Synthetische vezels, vol synthetische vezels worden geproduceerd doormiddel van een chemisch proces en een chemisch recept. Voorbeelden: polyester, polyamide, acryl.

De productie van garen:

De meeste natuurvezels zijn relatief kort. Om van deze korte vezels garen te maken worden de vezels samengedraaid door ze te spinnen. Zijde en de meeste synthetische vezels zijn lange doorlopende vezels. Om van deze vezels garen te maken worden ze gewikkeld. Denk daarbij aan het afwikkelen van een zijdecocon. Synthetische vezels worden gemaakt doormiddel van een extrusie.
Aan het einde van het spin of wikkelproces heeft met een enkel filament. Is sommige gevallen kan dit worden gebruikt als enkeldraads garen. Men kan diverse filamenten ook met elkaar twijnen. De filamenten worden dan om elkaar heen gedraaid. Het resultaat is kabelgaren.
Als een op meer draden om een kern van garen worden gewonden spreekt men van omwoelen. Op deze manier wordt gouddraad en pluche gemaakt.

Weven.

Van de garen kan men een textiel weven. Het principe van weven is het gelijkmatig en afwisselend kruisen van de schering (verticale draden) en inslag (horizontale draden). Dit kan volgens verschillende patronen gebeuren die men bindingen noemt. De soort binding bepaald het soort stof. Er zijn drie basisbindingen:

Linnenbinding:  Eenvoudig één op één weefsel van schering en inslag. Geen goede of slechte kant. Met deze binding kunnen ook patronen zoals een schotse ruit worden geweven. Word gebruikt voor zowel fijne en lichte weefsel als voor zwaar zeildoek
Keperbinding:  De inslaggarens gaan twee over de scheringdraden en één onder. Elke rij verloopt ten opzichte van de ander, waardoor de stof een diagonaal effect krijgt, zoals bij denim. Voor en achterzijde verschillen.
Satijnbinding: De inslag gaat over meerdere scheringdraden heen en één scheringdraad onder. Stoffen met een satijnbinding hebben een glanzende en een matte zijde.

Voorbeeld van een keperbinding in het NSM: Trekzeel.
Voorbeeld van een linnenbinding in het NSM: Vlag NPRC.

Linnenbinding

Linnenbinding

Keperbinding

Keperbinding

Satijnbinding

Satijnbinding

Breien.

Gebreide stoffen bestaan zijn rekbaar, flexibel en comfortabel. Ze bestaan uit lussen van draad die doormiddel van steken samengevoegd worden. Er zijn 2 hoofdsoorten van breisels:

Inslagbreisels: De steken zijn gemaakt van één doorlopend garen. De stof kan twee kanten op rekken. Een breuk in het garen kan het hele stuk textiel doen ontrafelen.
Kettingbreisels: Een breisel dat bestaat uit meerdere garens. Kettingbreisels zijn minder rekbaar dan inslagbreisels, ze lopen minder snel uit en zijn sterker.

Voorbeeld van een inslagbreisel in het NSM: Wollen sokken van een duiker.

Inslagbreisel

Inslagbreisel

Kettingbreisel

Kettingbreisel

Gemengdlijnige stoffen en niet geweven stoffen

Denk bij gemengdlijnige stoffen aan het knopen van netten en het klossen van kant. De inslaggarens worden rond een kettingaren geknoopt of gewonden zodat er dat er een zeskantige steek ontstaat.  Als men aan dit proces een derde draad toevoegt kan men patronen gaan vormen zoals bij kant.

Niet geweven stoffen worden gevormd door het samenklitten van natuurlijke of synthetische vezels.   De bekendste niet geweven stof is vilt.

Gevoeligheden van textiel.

Een goed overzicht van de meest voorkomende schadefactoren bij textiel en wat men kan doen ter preventie van deze schade, kan men vinden in de ADVICE SHEET Caring for textile collections in museums van de Museums Galleries Scotland.

Textiel en straling:  De meeste soorten textiel zijn uitermate gevoelig voor schade door licht/straling. Lichtschade maakt de textielvezels minder flexibel en broos, waardoor het textiel snel breekt of scheurt. Licht kan ook leiden tot de verkleuring van textiel. Om schade te voorkomen moet textiel zoveel mogelijk buiten direct daglicht gehouden worden.  Houd de lichtintensiteit indien mogelijk onder de 50 Lux.

Textiel en water: Textiel, natuurlijk textiel in het bijzonder, trekt water aan. Afhankelijk van de soort vezels en de luchtvochtigheid kunnen vezels zwellen en krimpen. Oud textiel kan deze stress minder goed hebben waardoor het op ten duur uit elkaar valt. Veel textiel is geverfd of  met stijfsel of andere toevoegingen bewerkt. Water kan deze pigmenten en middelen wegwassen of in beweging krijgen. Hierdoor ontstaan verkleuringen en kringen. Als het water vuil, zeep of zure chemicaliën bevat en deze in het textiel achterblijven als het water verdampt, kan dit vlekken, verkleuringen, broze plekken en zelfs gaten veroorzaken. Om waterschade te voorkomen mag textiel niet gewassen worden.  Bewaar het textiel in ruimtes met een stabiele luchtvochtigheid tussen de 45% en 65% RV. Houd textiel uit de buurt van vochtige muren en ramen (vanwege condensatievocht).

Textiel en Schimmel: Op vochtig textiel dat in een te warme omgeving bewaard word kan schimmel groeien. Schimmels kunnen natuurlijk textiel verteren en kunnen op alle soorten textiel voor lelijke vlekken zorgen. Voorkom schimmel door het textiel te bewaren bij een RV onder de 65% en een temperatuur van onder de 18 graden celcius.

Textiel en ongedierte: Met name textiel gemaakt van dierlijke vezels is gevoelig door schade door vraat door motten en tapijtkevertjes. Deze insecten vreten gaten in het textiel of grazen het af. Ze laten frass en poppen achter. Voorkom schade door insecten door het textiel regelmatig te controleren. Zet ook lokvallen uit voor insecten. Vind men aangetast textiel en/of levende insecten? Isoleer dan het stuk textiel (dek het geïnfecteerde voorwerp goed af voor dat je het verplaatst, anders verspreid je de insecten door de ruimte). Bevriezing van het voorwerp dood de insecten. Zorg er ook voor dat de ruimte waar het textiel bewaard word goed afgesloten is zodat insecten niet van buiten naar binnen kunnen komen.

Textiel en chemische schade: Oorzaken: 1. het textiel is behandelt met een pigment of ander middel dat initieel gebruikt is om het textiel te verbeteren, maar wat in de loop der jaren door een chemische reactie de stof aantast. Dit kan het textiel doen verkleuren en/of broos maken. 2. Onderdelen van een schadelijk materiaal. Een ijzerhoudende knoop kan gaan roesten, wat voor vlekken en gaten in het textiel kan zorgen. 3. Textiel word bewaard in zuurhoudende materialen. De zuren maken het textiel broos en kunnen een geelbruine verkleuring veroorzaken. Bewaar textiel indien mogelijk in het donker  en onder een stabiele RV (45% tot 65%) om chemische schade te voorkomen. Licht en vocht kunnen bepaalde chemische reacties versnellen. Gebruik voor de verpakking zuurvrij papier en karton. Verpak schadelijke onderdelen indienmogelijk apart om met een buffer van zuurvrij papier er om heen.  Als men gebruikt maakt van ongebleekt katoen voor de verpakking zorg er dan voor dat dit door de kookwas is gegaan om schadelijke zeepresten en dergelijke te verwijderen.

Textiel en vervuiling (stof): Stof dat op textiel terechtkomt kan zich uiteindelijk tussen de vezels settelen. Het zorgt voor verkleuring en vervorming. Door wrijving kan het stof de vezels van het textiel aantasten. Stof kan ook een bron van voedsel zijn voor insecten en zelfs schimmels. Beperk schade door stof door textiel te verpakken in luchtdoorlatende maar afsluitbare dozen of omslagen. Was textiel niet IVM waterschade, maar reinig het met een stofzuiger op een lage stand (stofzuiger mond afgedekt met bv een panty om te voorkomen dat men losse onderdelen opzuigt).

Textiel en fysische schade (sluitage, breuk, onzorgvuldig handelen): De meeste schade aan textiel word veroorzaakt door onzorgvuldig handelen. Textiel dat al verzwakt is door chemische- of stralingsschade zal op deze momenten snel scheuren en breken. Draag en verplaats textiel daarom niet zonder ondersteuning en handel zorgvuldig. Meer over de juiste manier van het omgaan met textiel kan men vinden in de Illustrated Guide to the care of costume and textile collections van de Scottisch Museums Council.

 

De post over schade. Een kijkje achter de schermen bij Helicon.

imagesCA78SM3T

Afgelopen dinsdag zijn we begonnen met Module 2 van de opleiding Collectiebeheer. Deze module zal gaan over het leren herkennen en verklaren van schade aan museale voorwerpen. We begonnen gelijk goed met een excursie naar Helicon Conservation Support BV in Zoeterwoude.( http://www.helicon-cs.com/ ) Helicon is een bedrijf dat zich specialiseert in preventieve conservering. Preventieve conservering betekend: alle maatregelen en voorwaarden die gericht zijn op het optimaliseren van de omgevingsomstandigheden, bewaring en het gebruik van een voorwerp. Jaap van der Burg, oprichter van Helicon en ook onze docent, heeft deze definitie nog verder verfijnt voor ons. Volgens hem is preventieve conservering ook het voorkomen van veranderingen aan het voorwerp die het gevoelig(er) maakt voor invloeden van buitenaf om (verdere) aftakeling te voorkomen.

Papier gefabriceert tussen 1850 en 1950 is erg gevoelig voor verzuring. Zuren tasten de celulose in het papier aan, waardoor het papier geel word en makelijk verbrokkeld. Foto afkomstig uit de "Schadeatlas Archieven".

Papier gefabriceert tussen 1850 en 1950 is erg gevoelig voor verzuring. Zuren tasten de celulose in het papier aan, waardoor het papier geel word en makelijk verbrokkeld. Foto afkomstig uit de “Schadeatlas Archieven”.

De dag begon vroeg. Heel erg vroeg. Ik vertrok met de trein van 06:05 uit Groningen. Pas drie en half uur later was ik in Zoeterwoude. Gelukkig hadden ze een koffieautomaat bij Helicon, anders had mijn dag er heel anders uitgezien. We begonnen rustig aan met de bespreking van ons ‘huiswerk’. Ter voorbereiding op de excursie waren we op het internet en in onze musea op zoek gegaan naar schadeatlassen of damage-glossaries in het Engels. Een schadeatlas is een lijst met beschrijvingen en voorbeelden van soorten schade die men kan aantreffen op een categorie van voorwerpen of materialen. Het is een hulpmiddel bij het maken van een schade inventarisatie. Mooie voorbeelden van schadeatlassen zijn de ‘Schadeatlas Archieven. Hulpmiddel bij het uitvoeren van een schade-inventarisatie’. https://www.historischcentrumoverijssel.nl/files/schadeatlas_archieven_hulpmiddel_bij_uitvoeren_schadeinventarisatie_herdruk_2009_0.pdf en ´Rust never sleeps. Recognizing Metals and their corrosion products’ http://www.depotwijzer.be/sites/default/files/files/rust_never_sleeps.pdf .

 

De schades die we onder de post overig hadden geplakt. Foto: Marco Cornelisse

De schades die we onder de post overig hadden geplakt. Foto: Marco Cornelisse

Na deze bespreking begonnen we met onze eerste opdracht van de dag. We moesten elk tien oorzaken van schade bedenken en deze op post-its schrijven. Vervolgens moesten uit onze eigen tien voorbeelden vijf oorzaken kiezen die wij het belangrijkst of meest actueel vonden. Wat daarbij opviel was dat de keuze voor de vijf belangrijkste oorzaken door ons studenten op drie verschillende manieren werd gemaakt. Ik en een aantal collega’s kozen voor welke schade wij in ons eigen museum het meeste tegenkwamen. Anderen kozen de oorzaken die de meeste en grootste schade veroorzaken en één bijdehante studiegenoot selecteerde de oorzaken die het makkelijkst te voorkomen of te verhelpen zijn. Als laatste stap van de opdracht moesten wij onze vijf oorzaken plakken onder een van de volgende acht categorieën: vocht, temperatuur, biologische aantasters, mechanische krachten, straling (licht), inrichting, collectie en overig. De meeste post-its kwamen terecht onder de categorieën vocht, mechanische krachten en biologische aantasters.

Hanna Hakvoort en ik in de depotbox/kamer. Foto: Marc Cornelisse

Hanna Hakvoort en ik in de depotbox/kamer. Foto: Marc Cornelisse

Vervolgens kregen we een hoognodig moment om een nieuwe dosis cafeïne tot ons te nemen. We hadden dus pauze. Na een half uurtje de zon te hebben aanbeden en sloten van koffie en thee te hebben gedronken, konden we weer fris en fruitig aan de slag. We mochten een kijkje achter de schermen nemen bij Helicon. Onze medestudent en werknemer bij Helicon, Gijs Sterk, gaf ons een rondleiding door het gebouw. We mochten onder andere een kijkje nemen in een van de depotboxen/kamers waarin Helicon de collecties onderbrengt die zij (tijdelijk) beheren en inventariseren voor hun cliënten. Toen we de box inliepen kwam de brandlucht ons al tegemoet. Er stond een kunstcollectie die afkomstig is uit een huis waar brand was uitgebroken. Op verzoek van de verzekering maakt Helicon een inventarisatie van brand, rook en roetschade aan de voorwerpen.

kromgetrokken kaft van het facturenboek.

kromgetrokken kaft van het facturenboek.

Hanna en ik doen een schadeanalyse van een facturenboek. Foto: Marco Cornelisse

Hanna en ik doen een schadeanalyse van een facturenboek. Foto: Marco Cornelisse

Na de rondleiding moesten we zelf aan de slag! We kregen in groepjes van twee een voorwerp toegewezen waar we de schade van moesten beschrijven. Hanna en ik kregen een oud facturenboek toegewezen. Met zijn tweeën konden we flink wat soorten van schade ontdekken aan dit ene boek. Zo was de kaft verkleurd/verbleekt door zonlicht, had het boek flink wat slijtageplekken door hantering, waren de bladzijden licht verzuurt, was het schutblad aangetast door foxing en schimmels, was de rug van het boek losgescheurd en was de kaft ook helemaal kromgetrokken door eerst vocht en daarna uitdroging.
Toen alle duo’s hun schade-analyse hadden gemaakt moest elk groepje haar bevindingen aan de rest van de groep presenteren. Dat is altijd een spannend moment, hadden we misschien schade gemist, of verkeerd verklaard? Maar goed, van fouten maken leert men en het viel gelukkig allemaal erg mee. Jaap van der Burg gaf bij iedere presentatie nog uitleg over eventueel gemiste schade, de mogelijke oorzaken en welke aanpassingen of opbergmethoden gebruikt konden worden om verdere schade aan de desbetreffende voorwerpen te voorkomen.

Jaap van den Burg en zijn discipelen. Uitleg bij onze schadeanalyses. Foto: Marco Cornelisse

Jaap van den Burg en zijn discipelen. Uitleg bij onze schadeanalyses. Foto: Marco Cornelisse

Na de presentaties was het tijd voor de middagpauze en lunch en daarna gaf Jaap nog een lezing over het maken van een risicoanalyse van een voorwerpen. Deze lezing was een voorproefje van de stof waar we gedurende de rest van de module nog verder op in zullen gaan. En ik moet zeggen, ik ben erg nieuwsgierig naar onze lessen van de komende weken. Het was een erg lange, leerzame, fascinerende en vermoeiende dag en ik kijk uit naar meer!